Echo

06-07-2012

'Ja' zegt hij. Meteen al defensief. Hij heeft een onschuldig kindergezicht omkranst met een grote bos ontembaar kroezend Oboema-haar. Onschuld die teniet wordt gedaan door de diepe verachting die in zijn ogen gloeit. Verachting voor alles wat hij verwacht dat ik verder nog ga zeggen. Hij zal niet ouder dan veertien zijn, maar uit het gegeven dat ik voor hem waarschijnlijk een mijnheer moet zijn, lijkt geen enkele intimiderende werking uit te gaan. De vraag of hij al langer de bezorger is van het huis-aan-huis krantje, is op zijn minst de stomste vraag ooit en ik ben slechts de zoveelste in een lange parade van zeikende volwassenen. Irritante ruis waar je niet al te veel aandacht aan moet geven. Arrogant kijkt het mannetje me aan vanonder de beschermende helm van haar waarin hij zich verstopt heeft. Alles wat ik verder nog ga zeggen zal gewoon van hem afketsen. Maar ondanks dat ik weet dat deze missie al bij voorbaat zinloos is wil ik toch wel graag van hem weten waarom ik elke woensdagmiddag een stapeltje Echo's vind op het muurtje voor ons huis.

Op ons muurtje, en op de meeste van die andere muurtjes in de straat. Dat is als het niet waait. Want dan hangen er verscheurde Echo's in bomen en liggen de flut-krantjes klapwiekend te fladderen en speelbal van de wind te zijn in de een van de vele hoeken en hoekjes van de karakteristieke Plan-zuid straat. Als het regent vinden we hoopjes papierpulp. Krantenmoes die langzaam uiteenvalt en van de muurtjes blubbert. De suffertjes die wel ongeveer en enigszins hun bestemming, de brievenbus, bereikt hebben, zijn daar zodanig ongeïnspireerd ingestopt, dat ze niet anders kunnen dan proberen alle kansen te benutten om weer aan de bijtende klep te kunnen ontsnappen.

'Ik kan er niet bij' zegt hij met een blik die lijkt te zeggen 'dat had je ook zelf wel kunnen bedenken. Het duurt bij mij altijd een paar seconden, net iets te lang dus, om te reageren op verbale reacties die ik van de verste verte niet heb horen aankomen. Ik heb die paar seconden nodig om het kind nog eens goed te bekijken en allerlei gedachten te ontwikkelen die zijn excuus wellicht enige grond zou kunnen geven. Hij is iets kleiner dan ik en daar de brievenbussen op zo'n hoogte hangen dat zelfs een dwerg nog de post zou kunnen bezorgen ligt daar het probleem dus niet. Ik bekijk hem nogmaals. Maar behalve dat het een puber is valt er verder geen handicap te bespeuren.

Er zijn uitzonderingen, maar ik vind de meeste pubers verschrikkelijk en eng. Ik kan er helemaal niks mee. Tijdelijk ontoerekeningsvatbare en onbetrouwbare tussen-mensen. Potentiële serie-moordenaars met een zeer gebrekkig empathisch vermogen, waar ik liever niks mee te maken wil hebben. Zo'n mens-soort waarbij, als ze zich in groepen bevinden, je liever even aan de overkant van de straat gaat lopen, als dat mogelijk is. Bij sommige inheemse stammen sturen ze dat soort types een maand de jungle of de woestijn in en dan is het over. Een heel goed idee. Hier duurt de marteling voor kind en omgeving jaren. Waren er geen pubers geweest dan was het integratie-debat nooit zo hoog opgelaaid. Geloof me. Ze kunnen er natuurlijk niet zoveel aan doen, maar ik zie wel iets in een collectieve zesjarige maatschappelijke verbanning. Dat kostschool-systeem in Engeland is zo gek nog niet.

'Er staat een plant voor', zegt hij. Er staat inderdaad een struik in het tuintje waarachter de brievenbussen gesitueerd zijn. Mijn buurman houdt van tuinieren. Het heeft niet veel om het lijf. Het ding reikt misschien tot borsthoogte. Een struikje, en je kan er gewoon achterlangs. Sinds TNT-post, Post.nl is gaan heten is de post een stuk onbetrouwbaarder geworden. Er komen weleens dingen niet aan. Maar daar heeft dat struikje weinig mee van doen. Althans dat denk ik. Maar het jongetje heeft al bijna gewonnen doordat ik toch nog een flitsseconde nodig heb om de opties 'planten-allergie'  en 'groen-angst' als stompzinnig te verwerpen.

'Als je niet wilt dat ik hem op het muurtje leg', Inderdaad 'je' en net alsof hij mij een gunst verleend omdat hij ondanks die struik toch nog een krant voor ons op het muurtje legt, 'Dan bezorg ik hem wel helemaal niet meer'. Ik zeg 'prima, want die 'nee-nee' sticker die op de brievenbus-klep geplakt zit, die betekend dat ik sowieso geen prijs stel op dat oud-papier. 'Goed' zegt het kind. Ik zeg 'niet goed, want mijn buurman heeft niet zo'n sticker. '
Jij zegt dat je m niet wil'. Ik vraag me af waarom een blank Oud-zuid kind een Marokkaans accent heeft. 'Dus dan bezorg ik hem niet meer'. Ik probeer nog een keer de buurman ter sprake te brengen, maar voor hem is de kous afgedaan. Stoïcijns en hardhorend neemt hij de bezorging verder ter hand. Waarbij in de rest van de straat de kranten opeens geen weerstand meer lijken te ondervinden van onwillige brievenbussen en de jongen opeens heldhaftig allerlei risico's durft te nemen betreffende de groene monsters die zich toch ook echt  in andere tuintjes ophouden. Ik kijk hem, met een mond vol tanden en inwendig hoofdschuddend, met name jegens mezelf, na.