Mijnheer N.

30-05-2012

Ze hebben hem dit jaar al twee keer op de vloer gevonden. Het hart. De geest wil nog wel, maar het lichaam wil niet altijd meer mee. 'Wat doe je er aan. Zo gaan die dingen'. Zolang hij nog een beetje mobiel is en een beetje kan ouwehoeren houdt hij de moed er wel in.

Mijnheer N.  is geboren en getogen in Nieuw Buinen. 'Aan de andere kant van het dorp.' Hier kwam hij eigenlijk nooit. 'Hier stond de glasfabriek. Ander soort mensen. Een ruiger soort mensen waar de rest van het dorp niks mee te maken wilde hebben.' Het heette hier gevaarlijk te zijn, dus je waagde je hier niet. 'Daar is ooit iets voorgevallen.' Hij heeft dat heeft hij later nog gepoogd uit te zoeken, maar is er nooit achter gekomen waar die tweedeling precies vandaan was gekomen. Dat er iets gebeurd was stond wel vast, maar hoe hard hij het ook geprobeerd had, niemand had er over willen praten.

Hij heeft ooit twee jaar in Amsterdam gewoond. Voor een reïntegratie project. Bijna al het werk was hier toen verdwenen. Dat was voordat Philips kwam. Hij was omgeschoold van landarbeider tot scheepslasser op de NDSM werf. Een opleiding van vier maanden. Daarna had hij daar twee jaar moeten blijven, want anders had alles zelf moeten betalen. Hij had in Noord gewoond. Had er nooit kunnen aarden en was toen de twee jaar om waren gelijk weer teruggekeerd naar de veenkoloniën.  De laatste dertig jaar van zijn werkzame leven was hij onderhoudsmonteur  op een camping ergens op de Hondsrug. Sinds zijn pensionering heeft hij al vijf boeken over Nieuw Buinen gemaakt. Voornamelijk fotoboeken. Met een klein beetje tekst.

Nu is hij verhalen, kleine geschiedenissen, aan het verzamelen. Nu het nog kan. Verhalen over Nieuw Buiners, zoals bijvoorbeeld over gedeputeerde Jacob Trip, die om het leven kwam bij de Molukse gijzelingsactie op het Provinciehuis van Assen. Verhalen uit de oorlog, maar ook geschiedenissen van verschillende bedrijven en kerken. Er komen ook een aantal dorpsgekken in voor. Al wil mijnheer N. die niet zo noemen. En natuurlijk komen er ook foto's bij. Het boek zou al bij de drukker moeten liggen. Maar door dat ziekenhuis gedoe hoopt hij het nu in oktober af te hebben. Dan kan de boekpresentatie mooi plaats vinden vlak voor vijf december. 'Dan verkoop je er een stuk meer, zo vlak voor de Sinterklaas en Kerst.'

Hij heeft zelf ook een verhaal voor het boek geschreven. 'Als je ouder bent herinner je opeens dingen.' Op z'n achtste had hij zijn ouders opgepakt en afgevoerd zien worden door de Duitsers. Hij had ze zijn moeder letterlijk in een auto zien trappen. Ze hadden tien dagen vast gezeten omdat ze niet wilden vertellen waar zijn twee oudste broers ondergedoken waren.

Tijdens ons gesprek aan de keukentafel van het bejaardentehuis waar hij sinds twee jaar woont, komt er een opgeruimde jonge verpleegster binnen. 'Hoe gaat het vandaag mijnheer N.?'  En of hij zijn luipaard-printje weer aan heeft? Hij antwoord dat het fantastisch gaat en dat, omdat hij wist dat zij zou komen vandaag, hij zijn saaiste grijze onderbroek heeft aangetrokken.  Hij staat op, trekt zijn broek naar beneden en gaat weer zitten. Zij haalt een spuit tevoorschijn en vraagt in welk been hij het wil hebben.

'Suiker', zegt hij als ze voor hem op de knieën gaat, 'Dat krijg je er allemaal gratis bij, bij dat gedoe met dat hart'.

De dokter had hem gevraagd hoe ver hij wilde gaan. Hij had geantwoord' tot ik dood ben'. 'Ook op zo'n moment even een grapje. Maar serieus zo lang ik nog dingen kan, ga ik gewoon door'.

Hij gaat scheef op z'n stoel zitten, draait z'n arm in een verwrongen positie, laat z'n hand aan het uiteinde bungelen en trekt een half open scheve bek. 'Maar als ik zo in een rolstoel kom te zitten. Daar aan de overkant in het verpleegtehuis. Dan hoeft het voor mij niet meer. Dat staat op papier hoor, en ook de kinderen weten er van'.