Nood

17-04-2012

De man, in wie het toekomstige ‘mannetje’ al te lezen is, zit ineen gedoken op zijn fiets. Hoofd enigszins ingedaald tussen z’n schouders. Bruine pet strak over zijn oren getrokken en een intense paniek in z’n ogen. Hij racet de parkeerplaats op.

De parkeerplaats waar maar weinig geparkeerd wordt, dient meer als gunstig gelegen, en gratis heren-toilet. Er worden hier aan de lopende band broeken opengeritst en piemels te voorschijn gehaald.
En blijkbaar is dat dan weer de reden waarom het rond het asfalt vol staat met brandnetels. Die schijnen er namelijk nogal van te houden om beplast te worden.

Het gebeurd echter niet vaak dat de mannen even om toestemming van de tijdelijke bewoner komen vragen. Vaak rijden ze hun auto’s, zogenaamd onopvallend, tot achter, of naast de container.
Even zo vaak ook is de nood zo hoog dat ze, schaamteloos, motor nog aan, deuren open, vol in het zicht, tegen het kunstwerk aan gaan staan te zeiken.
Een man wil graag ergens tegen aan kunnen plassen en de meeste mensen vinden “De Gebroken Lijn” tenslotte maar ‘beton’.

Dat zinnetje heeft Erik nu zo vaak gehoord dat hij bijna geloofd dat ‘iets maar beton vinden’ in deze contreien een zegswijze is om een negatief oordeel over iets te vellen.

Het mannetje zijn lichaamstaal is al van honderd meter afstand leesbaar. Hij had er dus verder geen woorden aan vuil hoeven maken. Maar als hij in vliegende vaart onder het balkon langs komt scheuren roept hij met benepen stem of hij even plassen mag.

‘Vijftig cent!’ , zou Erik hebben teruggeroepen  als hij assertief was geweest. Maar dat is hij niet, dus bedenkt hij dat pas minuten later. Rond de tijd dat hij zich al langzaam zorgen begint te maken of het mannetje niet voorover in de sloot is gekieperd. Het duurt maar en het duurt maar en dan nog even langer.

Als Erik echt op het punt staat om zijn schoenen aan te trekken en toch maar even polshoogte gaan nemen, fietst de man, ‘nou, het is klaar hoor’, roepend en iets minder verkrampt nu, gelukkig en uiteindelijk weer achter de container vandaan.  

Alvorens linksaf te slaan het verlaten fietspad langs de Mondenweg op. steekt hij zijn linkerarm uit.