Papje

16-04-2012

‘Oh mijn God, wat heb je nu gedaan?’ , roept de vrouw hard en op schrille toon als ze de deksel van de pan optilt. Het klinkt als ‘nu weer gedaan’ en alsof de gastheer de kat van de buren mee gekookt heeft.
De welhaast onzichtbare gast voelt iets van medelijden, maar vind het ook een geruststellende gedachte dat er toch blijkbaar gewoon ‘mijn God’ gezegd mag worden in dit gezin.
De man die er voor heeft gezorgd dat het eten op tafel staat, zegt gelaten dat er op de verpakking stond dat dit sausje ook voor bloemkool was, en dat hij die andere, die nog in de koelkast stond, niet meer vertrouwd had. ‘Eens een keer wat anders’.
 
‘Gele saus’ moppert de vrouw,¬† als ze van de tafel opstaat en de kast opentrekt om de het doosje van het Knorr-produkt dat over de groente gegoten is, te controleren.
‘Heet!’ roept de dochter. ‘kerrie of zo?’. ‘Ja’ zegt de vrouw: ’kerrie’. En er staat inderdaad een plaatje van een bloemkool op.
Apart, maar zal wel goed zijn dan’.

Als het gezin na alle kerriesaus consternatie aan tafel gezeten is en hun borden heeft vol geschept  met een aantal gekookte aardappels en een paar, gelukkig niet stuk gekookte, struikjes bloemkool, beginnen ze allemaal tegelijk te prakken.