Prachtdingen

01-05-2012

“Niemand is het met me eens hier”, zegt de man met zo’n zwaar accent, dat het mij aldoor een paar tellen duurt voordat ik ongeveer half begrijp wat hij zegt.

Het is fijn om een keer een andere mening te horen. Hij heeft net ook al, in tegenstelling met al die ‘het-maar-beton-vinders’, gezegd dat hij de ‘Gebroken Lijn’ mooi vind. Iets wat ik tot nu toe maar twee keer eerder heb gehoord. “ze moeten hem wel een keertje schoonmaken. ”

Hij gaat verder met dat wat hem betreft die windmolens er zo snel mogelijk moeten komen. “Nee, hij is geen boer.”
Prachtdingen vind hij het. Hoe hoger hoe beter. “En als ze zo hoog zijn hoor je ze niet meer, hè”. Allemaal onzin dat gezeur. Ook die nachtelijke knipperlichten. Die zitten alleen maar aan de randen van het park.

Hij spreekt de loftrompet over de Duitsers. Die hadden dat toch weer veel eerder gezien. “Wij zijn altijd veel te laat”. “Weet je hoeveel stroom die dingen opleveren, die grote?. Vierentwintighonderd gezinnen van vier personen kunnen daar stroom van krijgen, stel je voor; vierentwintighonderd keer vier dus.” “Machtig. Moeten ze gelijk doen.”

 Ondanks mijn vele ‘sorries’ betreffende onverstaanbaarheid en half begrijpen, blijft hij maar omhoog praten. Naar mij op het balkon.

Vijftig meter verderop, half gezeten op haar fiets en staat de hele tijd zijn vrouw te wachten. Ze heeft zich enigszins verdekt opgesteld aan de andere kant van de ‘Gebroken Lijn’. Ik zie haar de hele tijd uit mijn ooghoek ergens in de achtergrond. Enigszins ongedurig.  Strak de andere kant op blijven kijkend.

Alsof ze er allemaal niks mee te maken wil hebben.