Televisie

12-04-2012

Het interview is wel zo’n beetje gedaan. We zijn nog wat extra scènes aan het schieten. Ik heb al heel spontaan, van verschillende hoeken gefilmd, thee gezet en achter de naaimachine gezeten.
Nu staan we op het balkon, waar we net voor de tweede keer door de openslaande deuren, richting camera gelopen zijn. De eerste keer was de batterij van de zender-microfoon van de presentatrice leeg, dus moest het opnieuw.

Omdat de interviewster tijdens de vorige entree een opmerking maakte over het feit dat het leek of we een voorplecht van een schip betraden, “Dat heet toch voorplecht?”, had ik, terwijl er ter voorkoming van windruis, nog wat met wuppies gehannest moest worden, een goeie ‘Titanic’ grap bedacht.

Maar nu vraagt ze natuurlijk totaal iets anders. Iets over het uitzicht, waarin juist op dat moment twee scootmobiels uit de richting van Nieuw Buinen komen aangerold. Een hoogbejaarde dame en een hoogbejaarde heer. Allebei een oranje fluoriserend wegwerkers-hesje over hun zitting van hun voertuig gedrapeerd. Ik vermoed een Arbo-regel.
Van ver af, je ziet ze al kijken, weet je al dat ze parkeerplaats op gaan sturen. Iets wat ze inderdaad doen. Gevolgd door de camera, want de televisiemensen zien natuurlijk gelijk een leuke scène voor zich: “Erik’s contacten met de lokale bevolking”.

Wederom gebeurd er wat de er de hele tijd gebeurd met oudere echtparen. De dame rijdt de parkeerplaats op, maar maakt gelijk weer een bocht zodat ze met rug naar ons toe, en zover van ons af als mogelijk, geparkeerd komt te staan. Niks te maken willen hebbend met ons, en met haar man die tot onder het balkon komt gerold en iets begint te roepen wat ik niet versta.
Desondanks geef ik hem antwoord. Dat ik een kunstenaar ben en hier tijdelijk woon... Waarop de presentatrice die wel Drents verstaat het overneemt en zegt:  “nee hoor, het valt best wel mee met de kou hier boven”.

De man maakt een opmerking over dat het boven toch altijd kouder is dan beneden en lacht in een ouwe mannen rasp om z’n eigen grap. Dan zwijgt hij even, kijkt naar de camera op de schouder van de camera-man, een camera met op z’n minst de halve grote van een scootmobiel, en vraagt: “Zijn jullie aan fotograferen?”. Nee, we zijn bezig met televisie-opnames zegt de presentatrice. “U bent nu op televisie”, roep ik naar beneden.

Waarop de man zegt; ”o, dat wil niet”, gelijk z’n karretje in beweging zet en de parkeerplaats afspurt. Terug richting Nieuw Buinen. Gevolgt door z’n vrouw die als ze de hoek omgaat, nog een verbouwereerd handje weet op te steken.

Het toneel is nog maar net leeg of er komt een witte auto het asfalt opgereden.
Ik herken hem meteen . De tamtam, die ook in Nieuw Buinen ondertussen vervangen is door de mobiele telefoon,  is oorverdovend; Cameraploeg gesignaleerd.
“Propaganda is altijd goed” zei hij vorige keer toen hij me uitnodigde om zijn atelier te komen bezoeken. Iets wat ik nog steeds moet doen.
Naast zijn hond, die vorige week ook net uitgelaten moest worden toen het hier vol met mensen stond heeft hij nu ook heel toevallig z’n portfolio in z’n auto liggen. “Willen jullie even kijken?”
Eigenlijk vind ik  zijn schaamteloosheid wel sympathiek. Uiteindelijk zijn de presentatrice en ik onoprechter in onze geveinsde interesse en ons instemmend gemompel bij elke omgeslagen bladzijde met weer een kleurrijke spiraal, levensboom, en de zoveelste verkeerd gespelde Engelse titel.  Hij zegt: “Als je nou met je camera daar gaat staan, dan kun je het beter zien”.