Urban Mythology

04-06-2012

‘Dan heb je dat verhaal van Henk H. zeker ook al gehoord’ vraagt het vroegere buurmeisje van de regelmatige praatjesmaker. ‘Meerdere malen’ zeg ik, zonder haar te verbeteren. 

‘Dat verhaal is onzin’ zegt de prater, terwijl hij zijn hond, die er op allerlei mogelijke manieren vandoor poogt te gaan, in bedwang probeert te houden. ‘Dat was gewoon iemand die er op leek. Iemand met een zwarte scooter.’ 

Het is de eerste keer dat ik de zwarte scooter stoffelijk hoor worden. Meestal wordt die er na het vertellen van het heb-je-het-al-gehoord-verhaal nog even bij gefantaseerd in de zinsconstructie ‘Dan zien we hem straks nog voorbijkomen op z’n zwarte scooter’. 

Er gebeurd misschien eens een keer weer wat en bijna heel Nieuw Buinen heeft blijkbaar hetzelfde script gekregen.

Peter R. rijdt de parkeerplaats op in een grote zwarte Honda. Althans, zo vanuit mijn balkondeur-raampjes een verdieping hoger, meen iemand achter het stuur te zien zitten die voor hem door zou kunnen gaan. De misdaad-journalist parkeert zijn dikke patser-bak naast het monument. Als hij het echt is, dan zou dat verhaal dat de recentelijk vrijgelaten top-crimineel zich een kilometer verderop schuilhoudt toch wel eens waar kunnen zijn. 

De kunstenaar loopt nonchalant met een dampende kop koffie het trapje van zijn container af en zijn parkeerplaats op. Zover dat mogelijk is.; nonchalant een wankele trap, glanzend van de ochtenddauw af te lopen. Hij probeert heel hard een houding aan te nemen van let niet op mij, ik dit doe ik de hele tijd. Even met een kop koffie in mijn voortuin van asfalt paraderen. Even een frisse neus halen, heerlijk genietend van het uitzicht. 

Naast de auto, maar natuurlijk nog steeds net te ver om echt goed naar binnen te kunnen kijken, werpt hij snel een blik opzij. Gefilterd door een landschap weerspiegelend autoraam blijkt het helaas toch iemand anders te zijn. Al kan hij dat ook weer niet met honderd procent zekerheid zeggen.

‘Het kan zijn’, zegt de wijkagent met een grijns, ‘en wat dan nog. Het is een vrij man, die mag gaan en staan waar hij wil.  ‘Je wilt niet weten hoe vaak ik hier over gebeld ben. Maar niemand die hem met eigen ogen gezien heeft.’

En toch bellen ze u dan op?’ vraag ik verbaasd. ‘Je wilt niet weten hoeveel bel-berichten ik dagelijks te verwerken krijg’ zegt de politieman.’ Toen ik voor het eerst bij jou langs kwam, om te kijken wat dit allemaal was, was ik ook al verschillende keren over jou gebeld. Verscheidene mensen hadden jou zien fotograferen.

Dat moet in de eerste week van mijn verblijf zijn geweest. Toen heb ik inderdaad verdacht veel landschapsfoto’s gemaakt.